Steeds meer organisaties nemen de stap om over te gaan naar Agile werken en het vormen van scrumteams. Dit moedigen wij natuurlijk aan, want wij ervaren de meerwaarde van Agile werken dagelijks in de praktijk: betere resultaten, hogere productiviteit en meer betrokkenheid van de medewerkers.

Na afloop van onze trainingen krijgen we vaak de feedback dat het duizelt aan terminologie. Het is namelijk even wennen, wanneer je voor het eerst in de wereld van Agile stapt en hoort dat de Scrum Master praat met de Product Owner over userstories van de Product Backlog in de eerstvolgende sprint. Tja, dat zijn ook nogal wat termen die je om je oren krijgt!  En omdat we willen dat Iedereen met Scrum in de praktijk aan de slag kan, hebben we de belangrijkste termen voor je op een rijtje gezet.

Rollen:

Scrum kent 3 rollen, die elkaar complementeren in verantwoordelijkheden zodat er een optimale samenwerking kan worden bewerkstelligd. Te noemen:

Ontwikkelteam:

Een ontwikkelteam is een zelf organiserend en multidisciplinair team, met minimaal 3 en maximaal 9 leden. Dit team ontwikkelt de items, die op de sprint backlog staan (later hierover meer), tot werkende (deel)producten

Product Owner (PO):

De Product Owner is in contact met alle interne en externe stakeholders en vertaalt alle klantwensen naar wat er geleverd moet worden. Om dit goed te stroomlijnen gebruikt de PO de product backlog, waarin zij bepaalt wat de hoogste prioriteit heeft.

Scrum Master:

De Scrum Master is de facilitator van het team. Zij zorgt ervoor dat iedereen begrijpt hoe scrum werkt en dat alle impediments (dit zijn obstakels), die het proces vertragen en/of hinderen, worden weggenomen.

Events:

Scrum kent dus verschillende rollen. Al deze rollen hebben hun eigen activiteiten. Deze worden georganiseerd in herhalende sprints van 1 tot 4 weken. Tijdens elke sprint vinden er nog 4 events (meetings) plaats, die de mogelijkheid bieden om de samenwerking voortdurend aan te passen aan de omstandigheden. Dit zijn de 4 events:

Sprint Planning:

Elke sprint begint met een sprint planning waar de PO het doel voor de sprint geeft en het ontwikkelteam de daarvoor benodigde werkzaamheden onderling afstemt. Het resultaat van de planning is een Sprint Backlog.

Daily Scrum:

De Daily Scrum, in de volksmond ook wel een stand-up genoemd, is een korte dagelijkse bijeenkomst van hooguit 15 minuten. Hierin bespreekt het ontwikkelteam het plannetje voor de dag, om dichterbij het sprint doel te komen. Maar ook de impediments (obstakels), die het behalen van dit doel in de weg staan, worden besproken, zodat deze opgelost kunnen worden.

Sprint Review:

Aan het einde van elke sprint is er een Sprint Review. Hier presenteert het ontwikkelteam de resultaten en vraagt actief naar feedback van de stakeholders (betrokkenen), zoals klanten, managers en collega’s, om de gewenste uitkomst te valideren of het product te verbeteren. De Product Owner geeft de stakeholders een update over het volgende sprint doel en de verwachtingen wat betreft deadlines.

Sprint Retrospecitve:

Wanneer de sprint is afgelopen wordt de sprint geëvalueerd met als doel de samenwerking te verbeteren met het oog op de volgende sprint(s).

Artefacts:

Om deze events waardevol en soepel te laten verlopen zijn er 3 Artefacts. Artefacts zijn tastbare producten die inzicht geven in de huidige stand van zaken en de kwaliteit van het product. Dit zijn de 3 Artefacts:

Product Backlog:

De Product Backlog is een lijst van al het werk, ook wel user stories (= een korte beschrijving van een onderdeel van een product, beschreven vanuit het oogpunt van de eindgebruiker) genoemd, dat gedaan moet worden om een product op te leveren en te onderhouden. De Product Owner is diegene die de Product Backlog beheert en prioriteert. De belangrijkste dingen staan bovenaan de product backlog.

Sprint Backlog:

Op de Sprint Backlog staan de op prioriteit geselecteerde user stories van de Product Backlog. Het team bepaalt welke werkzaamheden er nodig zijn om de gewenste uitkomsten te realiseren in de aankomende sprint.

Working Product:

Gedurende de sprint, of ieder geval aan het einde ervan, worden er werkende (deel)producten opgeleverd waar in de Sprint Review feedback op gevraagd wordt aan de gebruikers en stakeholders.

Good Practices:

En dan hebben we nog ‘Good Practices’. ‘Good Practice’ is een techniek, werkmethode of activiteit die zich als effectiever heeft bewezen dan enige andere techniek, methode etc. De gedachte is dat met de juiste werkmethode een project uitgevoerd kan worden met minder problemen, minder onvoorziene complicaties en betere eindresultaten. Enkele voorbeelden zijn:

Definition of Done (DoD):

De Definition of Done is een belangrijke ‘checklist’ met minimale vereisten waaraan een item van de Sprint Backlog moet voldoen om als voltooid te worden aangemerkt.

Scrumbord:

Een Scrumbord kan bestaan uit 3 kolommen: ‘to do’, ‘doing’ en ‘done’, waarop het werk dat op de Sprint Backlog staat (vaak in de vorm van post-its) weergegeven kan worden zodat het transparant is wat de status van het onderhanden werk is.

Welke ‘Good Practices’ gebruik jij? Laat het ons weten.

Dit zijn de basistermen van Scrum. Wil je meer weten over Agile werken met de Scrum methodiek? Neem gerust contact met ons op via info@epicagility.nl. Of wil je graag een (gecertificeerde) training volgen tot Scrum Master of Product Owner? Klik dan hier.

Fijne dag.

Het Epic Team

Ik wil meer over Scrum leren!Zoek een training

Meer posts?


Heb je met plezier deze post gelezen en je wil verder op de hoogte gehouden worden van waar we bij Epic Agility mee bezig zijn? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief!